Dyslexie (ook wel als woordblindheid aangeduid) is een verzamelnaam voor
een aantal aandoeningen die gepaard gaan met problemen met vooral
geschreven taal. Er zijn verschillende vormen en gradaties van dyslexie
met mogelijk verschillende achterliggende oorzaken. Er zijn sterke
aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt bij dyslexie.
Onderzoek
Al in 1881 werd de aandoening door Oswald Berkhan beschreven, maar het
was Rudolf Berlin die in 1887 hiervoor de term 'dyslexie' bedacht. De
term werd gebruikt om het geval van een jongen te beschrijven die
ernstige moeite had met het leren lezen en schrijven, terwijl hij buiten
deze gebieden wel over een normale intelligentie leek te beschikken.
Onderzoek heeft uitgewezen dat dyslexie een neurologische oorzaak heeft.
Ook al zijn er talrijke varianten en oorzaken voor dyslexie, in veel
gevallen zijn de hersenen niet goed in staat visuele of auditieve
informatie te interpreteren. De hersenen kunnen dit op verschillende
manieren deels, of in het geval van een milde vorm volledig compenseren
door andere hersenfuncties te gebruiken. Dit is afhankelijk van de
omvang van de aandoening. Op jonge leeftijd kan stimulering en training
van de hersenen tot betere compensatie leiden. Dyslexie heeft
voornamelijk invloed op leesvaardigheid, spelling en woordenschat.
Verder kan dyslexie ook invloed hebben op gehoor, spraak, schrijven en
handschrift.
Vormen van dyslexie
Onderzoek vanuit de neuropsychologie heeft aangetoond dat er
verschillende vormen van dyslexie bestaan. Deze hangen samen met
specifieke problemen die men kan ondervinden bij het lezen van woorden.
Dyslexie kan optreden bij kinderen als ontwikkelingsstoornis, of als
gevolg van hersenbeschadiging.
Kinderen die het predicaat 'dyslexie' krijgen, blijken een heterogene
groep te vormen. Er kunnen problemen zijn in het herkennen van het
visuele woordbeeld, of problemen in de sfeer van begrijpen van taal en
klanken. De meeste dyslectische kinderen (85%) blijken daarbij niet
zozeer moeite te hebben met het herkennen van het visuele woordbeeld,
maar met het verbinden van een letter met een klank.
Twee vormen die bij patiënten met hersenbeschadiging kunnen optreden
worden hierna beschreven. Oppervlaktedyslexie wil zeggen dat problemen
heeft met het herkennen van het woordbeeld. Bij fonologische dyslexie is
het net andersom: men heeft geen moeite met het woordbeeld maar met het
uitspreken van woorden. Hierbij ondervindt men vooral problemen bij het
lezen van onbekende of onzinwoorden.
Mogelijk hangen deze stoornissen samen met beschadigingen van specifieke
gebieden in de hersenen. Bij fonologische dyslexie is dit het gebied van
Broca en bij oppervlaktedyslexie de linker temporale kwab.
Diagnose
In Nederland mag de diagnose dyslexie enkel gesteld worden door een
arts, psycholoog of een orthopedagoog met een basisaantekening
psychodiagnostiek (BAPD) en daarbij een speciale aantekening voor het
stellen van de diagnose dyslexie. In Vlaanderen zijn ook Masters en
Bachelors in de logopedie daarvoor opgeleid.
Voor het vaststellen van de diagnose moet worden uitgesloten dat de
lees- en spellingproblemen een andere oorzaak hebben, zoals een andere
stoornis of slecht lees- en spellingonderwijs op de basisschool.
Daarnaast moet worden aangetoond dat met kwalitatief goede bijlessen de
achterstand niet ingelopen wordt.
Erfelijkheid
Dyslexie heeft de neiging familiegebonden te zijn, en familieleden van
dyslectici hebben vaak andere taalproblemen. Dyslexie komt vaker voor
bij jongens dan bij meisjes en er zijn sterke aanwijzingen dat het
erfelijk is. De kans dat een jongen dyslectisch wordt als zijn vader het
ook is, is wellicht 50%. Dit is iets lager voor meisjes. Genmarkers op
de chromosomen 1 en 15 zijn geïdentificeerd in dyslectische families en
een connectie met chromosoom 6 in het gebied van het menselijk leukocyt
complex verklaart wellicht een veel gerapporteerde associatie tussen
dyslexie en auto-immuniteitsziekte.
Er zijn ook ontwikkelingen op neurologisch gebied. Er zijn aanwijzingen
die wijzen in de richting van de perisylvanische gebieden en na
onderzoek op overledenen werd een ongewone symmetrie van het planum
temporale met corticale dysplasie en littekens gevonden.
De resultaten van grootschalig onderzoek bij tweelingen suggereren dat
de gevoeligheid voor spraakklanken, gemeten door het gevoel voor rijm te
testen, correleert met fonologische leesvaardigheden.
Kenmerken
Vroege jeugd
Dyslexie is een ontwikkelingsstoornis die personen van alle leeftijden
betreft, maar de symptomen verschillen per leeftijd. In onderzoek bij
kinderen met een erfelijk risico op dyslexie worden moeilijkheden met de
spraakproductie en grammaticale ontwikkeling gemeld bij een leeftijd van
30 maanden, gevolgd door een tragere verwerving van de woordenschat
gedurende de jaren voordat ze naar school gaan, resulterend in
achterstanden in fonologische ontwikkeling en kennis van het alfabet bij
jonge schoolkinderen.
Meldingen van ouders van achterstanden met spraak en taal bij kinderen
met leesmoeilijkheden zijn gewoon in epidemiologische studies.
Latere jeugd
Dyslexie toont zich in volle omvang bij kinderen in de schoolgaande
leeftijd. Hoewel in de meeste gevallen de spraakwaarneming intact is,
hebben dyslectische kinderen moeite om na te denken over de
geluidsstructuur van gesproken woorden. Door zulke fonologische
problemen is het moeilijk voor hen om verband te leren leggen tussen
klanken en letters van gedrukte woorden.
De meeste dyslectische kinderen hebben moeite met een fonetische
benadering bij het lezen, en bij het spellen zijn ze niet in staat de
klankstructuur van woorden weer te geven.
Hoewel dyslectische kinderen veel van hun problemen overwinnen, hebben
ze later als volwassenen subtiele problemen met luisteren en lees- en
schrijfvaardigheid.
Door functioneel hersenonderzoek beginnen we te begrijpen waarom dit zo
is. Het is gebleken dat wanneer dyslectische volwassenen moeten zeggen
of woorden rijmen, en dus verbale kortetermijngeheugen taken moeten
uitvoeren, ze alleen een deel van de hersengebieden gebruiken die
normaal betrokken zijn.
Waarschijnlijk is, dat hun fonologische moeilijkheden het gevolg zijn
van een zwakke verbinding tussen de taalgebieden aan de voor- en
achterkant van de linkerhersenhelft.
Onderzoeksresultaten
Kennis van de indicatoren voor leesvaardigheden en dyslexie heeft tot
vernieuwingen in de behandeling geleid. Een baanbrekend onderzoek toonde
aan dat kinderen die slecht presteerden in een fonologische
verwerkingstaak voordat zij schoolgaand waren, duidelijk baat hadden bij
een training in klankcategorisatie door middel van rijm en alliteratie,
vooral wanneer dit gecombineerd werd met het leren van letterklanken.
Als gevolg hiervan is bewezen dat training op het gebied van
fonologische bewustheid gecombineerd met gestructureerde leesoefeningen,
een effectieve behandeling is voor slechte lezers. Het geeft betere
vooruitgang dan training in lezen of fonologische bewustheid alleen.
Twijfels
Hoewel de term dyslexie onderwerp van discussie is, zijn er zeer sterke
aanwijzingen dat onverwachte leesproblemen bij kinderen veroorzaakt
worden door taalstoornissen in het fonologisch gebied.
Uit recent onderzoek blijkt dat dyslectische kinderen niet alleen moeite
hebben met lezen, maar ook met het begrijpen van gesproken taal. Het
laatste zou mogelijk te maken kunnen hebben met stoornissen in het
verbale werkgeheugen.
Kinderen met leesmoeilijkheden hebben vaak ook vele psychosomatische
problemen: klachten over hoofdpijn en moeilijkheden met zien zijn
gewoon.
Met een gedetailleerde beschrijving van het geval en de
familiegeschiedenis kunnen dyslectische problemen ontdekt worden. Met
standaardtesten bij kinderen voor de schoolgaande leeftijd kan
gemakkelijk kennis van kinderrijmpjes en letters onderzocht worden.
Klinische (behandelings-) ervaringen laten zien dat het met betrekking
tot dyslexie verkeerd is af te wachten en te zien hoe het kind zich
ontwikkelt. Een vertraging bij het leren lezen kan snel veranderen in
een aanzienlijke leesstoornis als er niets aan gedaan wordt.
Voor meer informatie of vragen, bezoek het forum!